|
Woningvoorraad in Amsterdam |
|
Zowel door nieuwbouw als door verkoop van bestaande huurwoningen neemt het aandeel koopwoningen in de stad toe. Zo is het aandeel koopwoningen toegenomen van 11 procent in 1995 naar 27 procent in 2007, terwijl de particuliere huursector constant is gebleven op zo’n 22 procent. Het aandeel corporatiewoningen nam daarentegen af van 54 procent in 2005 naar 50 procent in 2007 en 49 procent per 1 januari 2009. Hiermee is er meer ruimte ontstaan voor de groeiende groep mensen met midden- en hoge inkomens. Woningcorporaties leveren een belangrijke bijdrage aan de verruiming van dit middensegment door de verkoop van sociale huurwoningen, die met name voor middengroepen interessant blijken te zijn.
Sterke bevolkingsgroei door nieuwbouw
In 2008 werden in totaal 5.652 woningen opgeleverd. Mede door deze grote nieuwbouwproductie is het aantal inwoners van Amsterdam in 2008 sterk toegenomen. Volgens de voorlopige cijfers van de Dienst Onderzoek en Statistiek had Amsterdam op 1 januari 2009 758.198 inwoners. Wel zal er nog een correctie plaatsvinden voor personen die de stad hebben verlaten (meestal om in het buitenland te gaan wonen), maar zich niet hebben uitgeschreven. Naar verwachting zal het definitieve cijfer uitkomen op ruim 756.500. De Amsterdamse bevolking is dan in een jaar met meer dan 9.000 inwoners toegenomen. Zeeburg groeide het sterkst met 4.100 inwoners, vooral als gevolg van de toename op IJburg. Door de nieuwbouw van eengezinswoningen vertrokken er minder gezinnen met kinderen uit de stad. Volgens de Dienst Onderzoek en Statistiek zet de toenemende suburbanisatie van niet-westerse allochtonen die in de jaren negentig van vorige eeuw tot begin van deze eeuw plaatsvond, niet door. Mogelijk geeft de stedelijke vernieuwing in Amsterdam gezinnen van niet-westerse afkomst een alternatief voor een wooncarrière buiten Amsterdam. Tegelijkertijd zien we in de stad een toename van mensen uit andere westerse landen zoals Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië en Oost-Europa.
Huurbeleid en harmonisatie
Het kabinet heeft vastgesteld dat de huren in 2009 met maximaal 2,5 procent mogen stijgen. Dit maximumpercentage geldt voor alle woningen. Er is dus geen ruimte voor huurdifferentiatie boven inflatie en ook geen ruimte om woningen met een zeer lage huur in verhouding tot het aantal WWS-punten, in huur te verhogen. Van het corporatiebezit valt 75 procent binnen de marge van 60 tot 90 procent van de maximale huur. Het gaat hier om de maximale huur die – op basis van het huidige woningwaarderingstelsel – aan een woning kan worden toegekend. Van de woningen heeft 6 procent een huur lager dan 60 procent van de maximale huur en 19 procent zit boven 90 procent van het maximum. Gemiddeld hebben de Amsterdamse corporatiewoningen een huur van 78 procent van de maximale huur.
De gemiddelde kale huurprijs van een Amsterdamse sociale huurwoning is 377 euro. Door de relatief lage huurprijzen is de sprong naar een koopwoning voor huurders niet aantrekkelijk. Zittende huurders hebben dan ook maar beperkt belangstelling om hun woning te kopen. Huurders met inmiddels hogere inkomens blijven daardoor wonen in goedkope sociale huurwoningen.
terug naar boven
|