Amsterdam kent twee zogenaamde ‘verhuisregelingen’: Van Groot Naar Beter (VGNB) en Van Hoog Naar Laag (VHNL). De gemeente en woningcorporaties hebben deze verhuisregelingen vorig jaar gezamenlijk geëvalueerd. Het evaluatierapport is in opdracht van de gemeente opgesteld door onderzoeksbureau DSP. Daarin zijn resultaten verwerkt van een
In de onderzoeksperiode (2020-2023) hebben de corporaties in Amsterdam in totaal 10.200 woningen via Woningnet verhuurd, waarbij woningzoekenden op grond van een verhuisregeling voorrang konden krijgen: 9.700 woningen zijn aangeboden met Van Groot naar Beter (VGNB) en 5.100 met Van Hoog naar Laag (VHNL). In totaal is 63% van de geadverteerde woningen met een verhuisregeling aangeboden.
In dezelfde periode zijn 741 woningen in Amsterdam toegewezen op grond van de verhuisregelingen. Dat wil zeggen dat de kandidaat die de woning kreeg, daadwerkelijk voorrang heeft gekregen op basis van de verhuisregelingen. Bij 363 woningen gaf VGNB de doorslag en bij 378 VHNL. Daarmee is slechts 7,3% van de woningen die met de verhuisregelingen zijn aangeboden uiteindelijk verhuurd met voorrang op grond van deze regelingen.
Weinig gebruikt
De belangrijkste reden is dat maar weinig ingeschreven woningzoekenden die aan de voorwaarden voldoen, gebruikmaken van de regelingen. Om gebruik te kunnen maken van de verhuisregelingen moeten woningzoekenden zich eerst hiervoor aanmelden, waarna de regeling kan worden toegevoegd aan hun inschrijving. In mei 2024 waren 946 woningzoekenden bij Woningnet ingeschreven met VGNB en 1.123 met VHNL. Deze aantallen liggen veel lager dan de potentiële doelgroep: circa 7.250 ingeschreven woningzoekenden voldoen aan de voorwaarden voor VGNB en circa 7.050 aan die voor VHNL. Dit betekent dat slechts één op de zeven woningzoekenden uit de potentiële doelgroep van de verhuisregelingen de voorrang heeft aangevraagd en gekregen.
Op lang niet alle woningen die met de verhuisregelingen worden aangeboden komen reacties van woningzoekenden met voorrang. Bij 66% van de woningen die in 2023 met VGNB zijn aangeboden en 48% van de woningen met VHNL reageerde geen enkele woningzoekende met voorrang via de betreffende verhuisregeling. Deze woningen konden dan ook niet op grond van de verhuisregelingen worden toegewezen.
Meer doorstroming
Dankzij de verhuisregelingen kunnen woningzoekenden doorstromen naar een woning die beter bij hen past dan de woning die zij achterlaten. Bij Van Hoog naar Laag gaat het om een woning die beter toegankelijk is voor de doelgroep (65-plussers). Bij Van Groot naar Beter gaat het om een woning die kleiner is en daardoor beter past bij de grootte van het huishouden. Bijna alle huishoudens die gebruikgemaakt hebben van VGNB bestaan uit één of twee personen. Gemiddeld zijn zij bijna 19 vierkante meter kleiner gaan wonen.
Daarnaast zorgen de verhuisregelingen ervoor dat meer sociale huurwoningen vrijkomen voor andere woningzoekenden. Bij VGNB gaat het vaak om grote woningen: ongeveer twee derde van de achtergelaten woningen een woonoppervlakte van 70 tot 80 vierkante meter en 23% nog meer. Deze grote woningen zijn in Amsterdam relatief schaars en worden daarom meestal met voorrang toegewezen aan gezinnen: van de achtergelaten woningen dankzij VGNB is 93% toegewezen aan huishoudens met kinderen.
De toewijzingen op grond van de verhuisregelingen kunnen zorgen voor een keten van verhuizingen binnen de sociale huurvoorraad. Door Woningnetcijfers over toewijzingen in de periode 2020-2023 aan elkaar te koppelen, zijn deze verhuisketens zover mogelijk gereconstrueerd. De langste verhuisketen die we hebben gevonden heeft vijf schakels: een woning die met Van Groot naar Beter is toegewezen, waardoor uiteindelijk vijf woningzoekenden konden verhuizen. Bij elkaar opgeteld hebben de 741 woningen die in Amsterdam zijn toegewezen op grond van de verhuisregelingen ten minste 1.080 vrijkomende sociale huurwoningen in de regio Amsterdam opgeleverd.
Vervolg
Op basis van de evaluatie zijn aanbevelingen opgesteld om de effectiviteit van de verhuisregelingen te verbeteren. De woningcorporaties werken samen met de gemeente en andere partijen aan de implementatie hiervan.